Handboek journalistieke ethiek
Blog Huub Evers

Blog Huub Evers

In dit blog kaart Huub Evers steeds een actueel onderwerp aan met een journalistiek-ethische dimensie.

 

Het blog verschijnt elke maand tijdens het studiejaar.

Cordon sanitaire? (01-10-2022)

Tijdens de Algemene Beschouwingen zei Thierry Baudet van Forum voor Democratie in zijn bijdrage dat minister Sigrid Kaag heeft gestudeerd aan een college in Oxford, waar spionnen worden opgeleid. Het is ‘weinig meer dan een opleidingsinstituut voor westerse geheime diensten – dat wil dus zeggen, voor precies de globalistische elites die achter de schermen onze levens willen plannen en controleren’. Toen de Kamervoorzitter niet ingreep, verliet het voltallige Kabinet de vergaderzaal. Later plaatste Pepijn van Houwelingen, partijgenoot van Baudet, op Twitter een bewerkte foto van de ministers Ernst Kuiper en Karien van Gennep. Ze hadden op hun ministeries een vlag met de ‘sustainable development goals’ gehesen. Op de gefotoshopte foto stonden ze met een nazivlag.

 

Beide gebeurtenissen, vooral de eerste, leidden tot veel commotie over het optreden van de politiek, maar ook over de pers. ‘Werkelijk, wat moet Baudet nog uitkramen voordat de parlementaire pers niet langer likkebaardend een quootje komt halen?’, vroeg mediaverslaggever Kitty Herweijer van De Telegraaf zich af op Twitter. Moet er een cordon sanitaire komen van de parlementaire pers ten opzichte van Baudet?

 

In discussies over een cordon sanitaire van de pers passeren doorgaans drie posities om extremistische partijen of politici tegemoet te treden de revue: ofwel zoveel mogelijk negeren, ofwel behandelen zoals men elke andere politicus of partij zou behandelen, ofwel de kritische confrontatie zoeken en op inhoudelijke gronden de strijd aanbinden met politici, partijen en hun woordvoerders.

 

Wie vindt dat negeren de meest wenselijke opstelling van de pers is, zegt dat vooral omdat elke aandacht – hoe negatief of kritisch ook – de politicus alleen maar ten goede zal komen: alles wat aandacht krijgt groeit. De media mogen extremistische voorlieden of complotdenkers geen podium verschaffen waarop ze propaganda kunnen maken voor hun verderfelijke opvattingen. Het publiek zou de indruk kunnen krijgen dat het om gewone partijen gaat waarmee verder niets bijzonders aan de hand is.

 

Negeren is niet wenselijk en evenmin effectief, vinden anderen. Een cordon sanitaire houdt het gevaar in dat de partij ondergronds en dus oncontroleerbaar verder woekert en dat ze in de lucratieve positie van underdog en martelaar terechtkomt: ‘ons wordt de mond gesnoerd’. Doodzwijgen blijkt niet te helpen. Bovendien gaat het – hoe men het ook wendt of keert – om democratisch gekozen parlementsleden. Ook beroepen journalisten zich graag op het gegeven, dat nieuws nu eenmaal nieuws is en dat extremisme en complotdenken in onze samenleving verschijnselen zijn die aandacht van de media verdienen. De geloofwaardigheid van de journalistiek kan op de tocht komen te staan, wanneer bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen systematisch onvermeld zouden blijven.

 

Vervolgens is dan de vraag hoe aandacht te besteden aan complotdenkers en extremisten: gewoon of extra kritisch? Enerzijds zijn er journalisten die menen dat ‘gewoon behandelen’ het beste is omdat ze de taak hebben om op te schrijven wat ze horen en zien en dat nieuws nu eenmaal nieuws is. Anderen vinden dat journalisten zich extra kritisch moeten opstellen en geen gelegenheid moeten bieden om propaganda te maken. Daarom zijn interviews uit den boze. Waar nodig aan het woord laten, maar dan ook stevig aanpakken.

 

Welk standpunt journalisten ook innemen, ze zijn het over één ding in elk geval wél eens: wanneer een groot aantal kiezers zich uit onvrede van de gevestigde politieke partijen heeft afgewend, moet aan dat verschijnsel op zichzelf aandacht worden besteed. De oorzaken ervan moeten worden achterhaald en geanalyseerd, zodat de voedingsbodem waarop de beweging haar kansen krijgt, duidelijk wordt. Ook moeten de consequenties van extremistische denkbeelden worden gepresenteerd aan het publiek.

 

Volgens mij zou de journalistiek moeten streven naar een zo volledig en evenwichtig mogelijke berichtgeving over complotdenkers en extremisten, mét kritisch commentaar en analyse van dieperliggende achtergronden. Dat lijkt mij de enig juiste benaderingswijze in een open en democratische samenleving met lezers en kijkers die zelf in staat zijn zich een oordeel te vormen.

 

Overigens lijkt het verstandig bij interviews terughoudend te zijn en geen kansen voor open doel te geven. Niet citeren, maar parafraseren. Reportages zijn vaak veel doeltreffender dan interviews en bovendien minder beladen met het risico dat de journalist door de geslepen politicus wordt ingepakt waar hij bij staat. Besluit de journalist toch extremisten te interviewen, dan is er altijd nog de mogelijkheid het interview vergezeld te doen gaan van een afzonderlijk commentaar of om te trachten in het vraaggesprek de bekende stokpaardjes te omzeilen.

 

Een cordon sanitaire lost om principiële en praktische redenen niets op. In een mediasamenleving als de onze vindt elke politicus of complotdenker zonder moeite zijn eigen weg, ofwel aan een talkshowtafel, ofwel via Twitter, Instagram of YouTube. 

 

Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.