Handboek journalistieke ethiek
Blog Huub Evers

Blog Huub Evers

In dit blog kaart Huub Evers steeds een actueel onderwerp aan met een journalistiek-ethische dimensie.

 

Het blog verschijnt tijdens het studiejaar elke maand.

Alles wat aandacht krijgt groeit (04-01-2022)

“Uw tijd komt nog wel. Er komen tribunalen”, voegde FvD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen zijn collega Sjoerd Sjoerdsma (D’66) toe tijdens een debat in het parlement. Dat debat ging over uitspraken van Thierry Baudet die de manier waarop ongevaccineerden worden behandeld, vergeleek met hoe de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden uitgesloten. De voorstanders van het coronabeleid van de regering vergeleek hij in een tweet met nazi’s en NSB’ers. Letterlijk schreef hij “De ongevaccineerden zijn de nieuwe joden, de wegkijkende uitsluiters zijn de nieuwe nazi’s en NSB’ers.” Later daagde het CIDI hem voor de rechter. Die gelastte hem al zijn uitingen met de Holocaustvergelijking van sociale media te halen. Over dit incident ontstond een hoop deining, allereerst in de Tweede Kamer zelf. Had de voorzitter Vera Bergkamp steviger moeten ingrijpen? Of ontstaat daardoor juist de ophef waarnaar Baudet op zoek is en speelt dit hem dus juist in de kaart? Wetenschappers noemen dit het ‘rechts-populistisch perpetuum mobile’: aandacht trekken met provocaties die deining en ophef veroorzaken. Wanneer er kritiek komt in de slachtofferrol kruipen en uitleggen wat wél bedoeld werd, zodat daarover weer ophef ontstaat.  

 

Ook de media worstelen met het dilemma: wel of geen aandacht? Doodzwijgen of terughoudend berichten? Enerzijds is elke publiciteit ongewild propaganda voor maatschappelijk ongewenste ontwikkelingen of praktijken, anderzijds kan het toch niet de taak van de media zijn om dingen dood te zwijgen. Het zoveel mogelijk negeren leidt tot een cordon sanitaire, zoals in België wel gebeurde. Achterliggende overweging hierbij is dat elke aandacht – hoe negatief of kritisch ook – de partij of groepering alleen maar ten goede zal komen. De media zouden radicale of extremistische voorlieden geen podium moeten verschaffen waarop ze propaganda kunnen maken voor hun verderfelijke opvattingen. Het publiek zou de indruk kunnen krijgen dat het om gewone partijen gaat waarmee verder niets bijzonders aan de hand is.

 

Negeren is niet wenselijk en evenmin effectief, vinden anderen. Boycotten houdt het gevaar in dat de partij ondergronds en dus oncontroleerbaar verder woekert en dat ze in de lucratieve positie van underdog en martelaar terechtkomt. Doodzwijgen helpt niet. Bovendien gaat het – hoe men het ook wendt of keert – om democratisch gekozen parlements- of gemeenteraadsleden. Ook beroepen journalisten zich graag op het gegeven, dat nieuws nu eenmaal nieuws is en dat extreem-rechts in onze samenleving een machtsfactor en een politieke factor is geworden, waar de journalistiek niet omheen kan. Het is een opvallend maatschappelijk verschijnsel en daarom verdient dat aandacht van de media. Verderfelijke ideeën verdwijnen niet wanneer journalisten hun kop in het zand steken. Bovendien zou de geloofwaardigheid van de journalistiek, de laatste jaren toch al ernstig ter discussie, nog meer op de tocht kunnen komen te staan, wanneer bepaalde gebeurtenissen en ontwikkelingen systematisch onvermeld zouden blijven.

 

Vervolgens rijst dan de vraag, op welke wijze aandacht aan extreem-rechts besteed moet worden: gewoon of extra kritisch? Journalisten die menen dat ‘gewoon behandelen’ het beste is, vinden dat de media de taak hebben om gewoon op te schrijven of uit te zenden wat ze horen en zien en dat nieuws nu eenmaal nieuws is. Er zijn ook journalisten die vinden dat de pers zich ten opzichte van extreem-rechts extra kritisch zou moeten opstellen en dat de woordvoerders van die partijen in geen geval gelegenheid moet worden geboden propaganda te maken voor hun denkbeelden. Welk standpunt journalisten ook innemen, ze zijn het over één ding in elk geval wél eens: wanneer een groot aantal kiezers zich uit onvrede van de gevestigde politieke partijen heeft afgewend, moet aan dat verschijnsel op zichzelf aandacht worden besteed. De oorzaken van maatschappelijke onvrede en polarisatie moeten worden achterhaald en geanalyseerd, zodat de voedingsbodem waarop de beweging haar kansen krijgt, duidelijk wordt.

 

Volgens mij zou de journalistiek moeten streven naar een zo volledig en evenwichtig mogelijke berichtgeving over radicale en extreemrechtse partijen en haar voorlieden, mét kritisch commentaar en analyse van dieperliggende achtergronden. Dat lijkt mij de enig juiste benaderingswijze in een open en democratische samenleving met lezers en kijkers die zelf in staat zijn zich een oordeel te vormen.

 

 

Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.