Handboek journalistieke ethiek
Blog Huub Evers

Blog Huub Evers

In dit blog kaart Huub Evers steeds een actueel onderwerp aan met een journalistiek-ethische dimensie.

 

Het blog verschijnt elke maand tijdens het studiejaar.

Keurmerk (01-12-2022)

“Digitaal keurmerk voor online nieuws”, luidde de kop boven een artikel op de website Villamedia, een site over ontwikkelingen in media en journalistiek. Zo’n keurmerk (een ‘echtheidscertificaat’) zal de betrouwbaarheid van de media vergroten, zo verwacht initiatiefnemer Public Spaces. In deze organisatie werken omroepen (NPO, VPRO, KRO/NCRV), maatschappelijke instellingen en culturele organisaties samen. Door dat echtheidscertificaat kunnen online artikelen en foto’s gekoppeld worden aan de maker en dus ook aan diens reputatie. Iedereen die online informatie tot zich neemt, kan achterhalen wie de auteur is van een artikel of de maker van een foto. Van een waarheidsgarantie (echt of nep?) is dus geen sprake. Toch kan zo het verspreiden van desinformatie en nepnieuws worden tegengegaan, verwachten de initiatiefnemers, onder wie ook de Nijmeegse Radboud Universiteit en Beeld en Geluid in Hilversum.

 

Pleidooien voor een keurmerk zijn niet nieuw. In de Verenigde Staten nam John Hamer van de Washington News Council in 2007 het initiatief om een kwaliteitskeurmerk voor de journalistiek in te voeren: de TAO of Journalism. Iedereen die zich als journalist beschouwt en die kwaliteit wil leveren, kan de TAO of Journalism onderschrijven en zelf zo’n keurmerk op zijn website plaatsen. TAO staat voor Transparency, Accountability en Openness. Transparant zijn betekent duidelijkheid verschaffen over achtergrond en leidende beginselen van bijvoorbeeld een nieuwssite. Ook houdt het in dat je informatie geeft over achtergrond, opleiding en werkervaring van de redactieleden en over eventuele banden met politieke partijen of belangengroepen. Op de website moet een lijst staan van adverteerders en donoren. Wordt voor het promoten van iets of iemand betaald, dan moet ook dat worden vermeld. Informatie die onjuist blijkt, moet zo snel mogelijk worden gecorrigeerd. Het moet voor het publiek duidelijk zijn waar het gaat om nieuwsfeiten en waar om opinies en commentaren. Uiteenlopende opvattingen en tegengestelde meningen zijn welkom; het publiceren van kritiek en commentaar moet leiden tot een open dialoog. Ook een dialoog tussen burgers en journalisten over ethiek en andere kwaliteitsstandaarden wordt aangemoedigd.

 

Wanneer een redactie een ethische code heeft of een ander document over professionele standaarden, moet dat duidelijk worden vermeld. Het zou nog beter zijn deze tekst integraal op de website te zetten, zodat het publiek kan toetsen of de redactie zich aan haar eigen uitgangspunten en standaarden houdt. Deze standaarden gelden ook voor burgerjournalisten, bloggers, hyperlokale nieuwssites en andere online informatiekanalen. De achtergrond van het TAO-keurmerk is het slinkende vertrouwen van het publiek in de geloofwaardigheid van de journalistiek. Met het toenemende aantal informatieverschaffers, vooral online, groeit ook de verwarring bij het publiek over de betrouwbaarheid van de mainstream media en van de blogosfeer. Dat vertrouwen neemt weer toe naarmate de media transparant zijn over zichzelf en publiekelijk verantwoording afleggen over hun doen en laten. Iedereen, professional of amateur, die zich op zijn site of blog met journalistieke activiteiten bezighoudt en die kwaliteit wil leveren, kan zo’n keurmerk aanvragen. Het oordeel of iemand zijn pretenties waarmaakt, is aan het publiek.

 

Ook in ons land wordt af en toe een pleidooi gehouden voor een soortgelijk keurmerk. Jo Bardoel deed dat in 2010 bij zijn aantreden als hoogleraar in Nijmegen. Hij meent dat de professionele kwaliteitsjournalistiek zich te midden van de overdaad aan (online) informatieverschaffers duidelijker moet professionaliseren en profileren. Online ontbreekt het vanzelfsprekende imago van degelijkheid en betrouwbaarheid dat dagbladen en omroepen van oudsher hebben. Dus zal de journalist die garant wil staan voor kwaliteit, zich duidelijk moeten onderscheiden van ‘branded content’. Dat kan door een keurmerk, bijvoorbeeld in de vorm van een vignet waarmee de redactie of de individuele journalist aan het publiek laat zien dat hij kwaliteit wil leveren en dat hij daarop aangesproken kan worden. Tien jaar later pleitte ook Henri Beunders, Rotterdamse emeritus hoogleraar, in een opiniestuk voor een keurmerk. Maak van de journalistiek een beschermd beroep met een bindende gedragscode en intern tuchtrecht, stelt hij. Dat versterkt de professionalisering en de status van de beoefenaren en waarborgt de kwaliteit van de nieuwsverschaffing.

 

Het onderwerp keurmerk zorgt altijd voor pittige discussies waarin overigens steeds dezelfde vragen worden gesteld: wie gaat zo’n keurmerk uitdelen? Gaat de overheid zich hiermee bemoeien? En wat gebeurt er met ‘goedgekeurde’ nieuwssites die er toch met de pet naar gooien? In dat verband valt steevast de term ‘keurmerkpolitie’. In essentie is het in alle voorstellen aan redacties van nieuwssites zelf om zo’n keurmerk aan te vragen en aan de bezoekers om duidelijk te maken of de site zo’n keurmerk wel verdient en of dus de reputatie van betrouwbare nieuwsverschaffer wordt waargemaakt.

 

Goed initiatief dus van Public Space? Het kan bijdragen aan het vertrouwen van het publiek in de media. Dus waarom niet? Zonder keurmerkpolitie!    

 

Tip: deze website werkt wel op systemen met een smal scherm zoals een smartphone, maar je kunt hem beter gebruiken op een computer of tablet.

Hint: this website does work on a smartphone screen, but we recommend that you use a computer or tablet.